Structuur van de zitting

De structuur van een mondelinge zitting

De structuur is dat beide partijen elk 2 keer het woord mogen voeren.

1 Eerst de eisende partij. Die licht zijn eis toe.
2
Dan de gedaagde partij: die antwoord op die toelichting en legt uit waarom hij er   anders over denkt.
Dan weer de eisende partij: die reageert daarop.
4

En tenslotte heeft de gedaagde partij als laatste het woord. Daarin reageert hij nogmaals.

Daarna is het niet meer mogelijk mondeling op die zitting verweer te voeren of argumenten aan te dragen. Als een partij dat wel doet, mag de rechter daar geen rekening mee houden. Want dan is de rechter aan de beurt. Deze stelt nu vragen over punten, die hem onduidelijk zijn. En vaak probeert hij partijen tot elkaar te brengen.

Het gevaar schuilt voor de eisende advocaat in reactie nummer 3. Hij moet dan reageren op wat hij zojuist gehoord heeft: dus heeft hij zich niet op kantoor kunnen voorbereiden. Voor de advocaat van de gedaagde schuilt het gevaar in reactie nummer 4, want hij moet dan ook ter plekke een reactie verzinnen op wat hij zojuist gehoord heeft. Het is hier, waar zich de kwaliteit van een advocaat zich openbaart. Of helaas niet......

Hier kunt u de kwaliteit van een advocaat op beoordelen. Vraag er bij anderen naar, die met hun advocaat in de rechtszaal geweest zijn. Vraag hoe hun advocaat reageerde op het betoog van de wederpartij. Want de rechter waardeert het verweer ter zitting van de advocaten hoog, als hij een vonnis gaat schrijven.

Bijna altijd proberen rechters partijen tot elkaar te brengen. Als u op de zitting bent en de beide advocaten hebben hun betoog gehouden, dan is de rechter aan de beurt. De rechter vraagt vaak naar enkele punten, die hem onduidelijk zijn. De advocaten antwoorden daarop. Uit wat de rechter vraagt is eigenlijk wel te halen wat de rechter van de zaak vindt. En daarna komt het belangrijkste.

De rechter reageert op het betoog van de advocaten. Maar de rechter mag niet 1 van beide partijen gelijk geven. Tenzij het ongelijk van 1 van beide partijen overduidelijk is. Zo niet, dan zal de rechter uitspreken hoe hij over het vervolg van de procedure denkt. Daarbij zal hij aangeven welke partij hij denkt de bewijslast te geven. Of welke bewijsproblemen 1 van beide partijen heeft.

Vervolgens zal de rechter voorstellen dat partijen de gang op gaan. Op de gang moeten partijen overleggen over een schikking. Een schikking is een afspraak, waarbij partijen hun conflict regelen. Voordat partijen de gang op gaan, geeft de rechter mee hoe hij vermoedt dat de kansen gaan liggen. Daaruit kunnen partijen afleiden of ze moeten schikken of niet.

Ook binnen dit hoofdstuk:

 •  De rechterlijke macht
 •  Geheime signalen op de zitting
 •  Structuur v.d. zitting
 •  Beleefheidsvormen